Bevolking, gezondheid, sociale zaken, urnenvelden
Cor Tubée, 'De Weerter bevolking van 1839 in cijfers'.
In: Weert in woord en beeld. Jaarboek voor Weert 1989 4 (1989) 99-109.
Inhoud: Op basis van de volkstelling van 1839 worden overzichten gegeven van het aantal woningen en gezinnen, de gezinssterkte, de bevolking per straat of gehucht, de leeftijdsopbouw, de herkomst van de niet-geboren Weertenaren, de uitgeoefende beroepen en de verdeling naar geslacht, staat en godsdienst
.
Jan Henkens, 'De bevolking van Weert, Nederweert en Stramproy in 1796'.
In: De Maasgouw : tijdschrift voor Limburgse geschiedenis en oudheidkunde 95 (1976) 63 - 69.
Inhoud: Het artikel geeft de resultaten weer voor ieder van de drie gemeenten. Per straat, gehucht of rot wordt een leeftijdstabel naar leeftijdsklassen, een geslachtstabel en een herkomsttabel naar in of buiten de gemeente geboren lieden gepresenteerd. Per gemeente wordt bovendien een overzicht van beroepen en het aantal daarin werkzame personen aangegeven.
![]()
Jan Henkens, 'Drie inwoners van Weert doodgevroren in 1786'.
In: De Maasgouw : tijdschrift voor Limburgse geschiedenis en oudheidkunde 95 (1976) 104-105.
Inhoud: Weergave van een verslag, waarin beschreven staat waar de drie schoenmakers, die in Budel op 6 maart 1786 naar de markt waren geweest, na speurtochten gevonden zijn. Zij waren op de terugreis naar Weert in de ijzige koude op de uitgestrekte woeste gronden verdwaald.
![]()
Jos. M.H. Eversen, 'Beschrijving der origineele zegelstempels op het rijksarchief in de provincie Limburg berustende: Johannes Franciscus van Halen, notaris te Maastricht, 19e eeuw'.
In: De Maasgouw : orgaan voor Limburgsche geschiedenis, taal- en letterkunde 24 (1902) 31-32, 34-35.
Inhoud: Beschrijving van het wapenschild en enkele biografische gegevens van notaris Van Halen. Vervolgens wordt twee documenten behandeld. Het eerste is wederom een wapenschildbeschrijving uit 1773 van deze familie, geattesteerd door de gardiaan van de Weerter minderbroeders. Het tweede stuk stamt uit 1774 en is getekend door drie niet-Gelderse wapenherauten. Dit document is in hoofdzaak gebaseerd op een verklaring van J.B. Sijben, syndicus van de Gelderse Staten in Roermond, die volgens de Gelderse ridderschap en de gehele Staten stelt dat de familie van adel is. Van enige adelsverheffing blijkt overigens niets.
![]()

Emile Haanen, 'De familie Costerius de Boschofen: haar adeldom en haar teloorgang (1678-1859)'.
In: De Maasgouw : tijdschrift voor Limburgse geschiedenis en oudheidkunde 127 (2008), 79-102.
Inhoud: Begonnen wordt met een stukje familiegeschiedenis. Vervolgens wordt ingegaan hoe adeldom kan worden verworven in de Spaanse Nederlanden en in het Heilige Roomse Rijk (HRR). Dan een analyse van het adelsverzoek van Arnold Costerius, scholtis van Weert en een analyse van het verleende adelsdiploma met het verbeterde wapen uit 1678. Het gebruik van dit adelsdiploma in het ancien régime komt aan de orde. De adeldom in het jonge Koninkrijk der Nederlanden wordt vervolgens besproken met de aanvraag van de gebroeders Costerius in 1822. Afgesloten wordt met de (financiële) ondergang van de laatste telg uit dit geslacht, ook Arnold geheten, in 1859.
Cor Tubée, 'Nieuwe poorters in Weert 1550-1792'.
In: Weert in woord en beeld. Jaarboek voor Weert 2001 15 (2000) 33-40.
Inhoud: Overzicht van personen, jaar van verkrijging en eventueel beroep of plaats van afkomst. Aan de wijze van verkrijging wordt kort aandacht besteed.
![]()
J.H.W. Goossens, 'Begrafenislijst van het klooster Mariawijngaard te Weert (Niet-kloosterlingen) 1548-1779'.
In: De Maasgouw : orgaan voor Limburgsche geschiedenis, taal- en letterkunde 16 (1894) 21-22.

Emile Haanen, 'Een verplichte nieuwe begraafplaats voor Weert. Het keizerlijk-koninklijk edict van 26 juni 1784'.
In: De Maasgouw. Tijdschrift voor Limburgse geschiedenis en oudheidkunde 121 (2002) 62-74.
Inhoud: Het waarom, de toepassing en de uitvoering van het edict van keizer Joseph II, de onenigheid over de plaats van het nieuwe kerkhof, de rol van de minderbroeders daarin, de aanleg en de bekostiging van het kerkhof worden behandeld.
![]()
Daniël van Wely, ‘Kerkhof-kwesties te Weert in de jaren 1784-1787’.
In: De Maasgouw : tijdschrift voor Limburgse geschiedenis en oudheidkunde 73 (1954) 89-94.
Inhoud: Beschrijft standpunt en handelwijze van de minderbroeders met betrekking tot het edict op de begrafenissen van keizer Joseph II uit 1784, waarbij begraven in kerken en in steden in de Oostenrijkse Nederlanden verboden werd.
![]()
J.A. Hoens, ‘Twee jaar levens in de achttiende eeuw’.
In: Limburg's jaarboek / "Limburg", Provinciaal Genootschap voor Geschiedkundige Wetenschappen, Taal en Kunst 17 (1911) 210-219.
Inhoud: Beschrijft crisis en armoede in 1771 en 1772 te Weert.
![]()
[J. van de Venne], 'Melaatschheid in het begin der 18e eeuw [1701-1711]'.
In: De Maasgouw : orgaan voor Limburgsche geschiedenis, taal- en letterkunde 44 (1924) 53.
Donatus van Adrichem, 'Een pest-instructie van 1644 voor de Minderbroeders te Weert'.
In: De Maasgouw : orgaan voor Limburgsche geschiedenis, taal- en letterkunde 37 (1915) 49-50.

J[an] Henkens,‘Het hofje van Willem van Heythuysen te Weert en zijn stichter’. 
In: De Maasgouw : tijdschrift voor Limburgse geschiedenis en oudheidkunde 72 (1958) 73-80.
Inhoud: Bevat behalve een korte persoonsbeschrijving van de uit Weert afkomstige calvinistische Haarlemse koopman († 1650) een beschrijving van het door hem gestichte armenhofje in 1635 te Weert en zijn legaat. In 1879 werd het hofje verkocht aan de ursulinen en nadien gesloopt. Op het beheer wordt summier ingegaan. Het afgedrukte portret bevindt zich sedert 1969 in de Pinakothek te München.
![]()
J. Habets, ‘Twee voorhistorische doodenakkers in de nabijheid der stad Weert, in Limburg’.
In: Verslagen en mededeelingen der Koninklijke Akademie van Wetenschappen, afdeeling Letterkunde (3e reeks) 7 (1891)331-350.
Inhoud: De auteur presenteert zijn artikel met vier litho's als een aanvulling op het in 1890 verschenen artikel van Casimir Ubaghs over de ontdekte urnenvelden op Boshoven onder Weert en Nederweert-Eind. Met name de aangetroffen grafheuvels en de resten van de brandstapels, het gevonden aardewerk met een veelheid van vormen en bronzen armbanden en ringen op de Boshoverheide worden beschreven. De auteur is van mening dat de Germaanse begraafplaatsen op Boshoven op het eind van het Bronstijdperk zijn aangelegd en voor de komst van de Romeinen.
![]()





